Actueel-Koopzondag
Koopzondag: een kwestie van de ondernemer en niet van de overheid
De uitslag van het VBO om een proef m.b.t. de regulering van de koopzondag los te laten, is zodanig dat de proef vooralsnog niet door gaat. 40% was voor, 60% was tegen. Toch waren er ook hele straten vóór. Wat betekent dat nu concreet? Blijft alles bij het oude?
Tot nu toe heeft de gemeenteraad zich geconformeerd aan de meerderheid van de binnenstadondernemers. Tijdens mijn debat over de koopzondagen, waarin ik speciaal aandacht vroeg voor de keuken- en meubelbranche vanwege de oneerlijke concurrentie-race die ze moeten lopen met België en Roermond, liet wethouder Hoogma zich ontvallen dat hij niet blind was voor de noden van deze branche. Het was toen bijna gelukt de deur op een kier te zetten wat dit beleid betreft. Echter de wethouder kwam niet meer terug en ondertussen is er (nog) niets gebeurd.
Echter de feitelijke situatie is ondertussen wèl veranderd is want binnenkort gaan er twee nieuwe winkelcentra open, die waarschijnlijk hun omzet bij het bestaande winkelend publiek niet zullen halen. Voorgaande maakt het dus hoog tijd ons beleid te herzien.
Op zondag staan de Maastrichtenaren in rij voor de Lidl, en in Vaals zijn het Kruidvat en de C 1000 gewoon open, om maar eens wat te noemen..
We worden rechts en links geconfronteerd met reguliere koopzondag.
In Roermond heeft de liberale wethouder Jos van Rey de bemoeienis van de overheid op dit vlak afgeschaft.
Op dit moment roept de VVD dat wij de ondernemer moeten helpen, ja zèlfs moeten beschermen.
Ten eerste: dè ondernemer bestaat niet, want elke ondernemer heeft andere belangen en een andere manier van ondernemen.
Ten tweede: de overheid dient zaken voor de burger te regelen als de burger zelf daartoe niet in staat is. Echter een ondernemer is wel de laatste cathegorie waar je dan aan denkt; hij kan prima voor zich zelf zorgen, anders was hij geen ondernemer geworden. Dus laat de ondernemer zelf ondernemen, laat de ondernemer zélf die koopzondagen regelen (zij zullen dit immers toch in samenspraak doen). De overheid moet niet betuttelen. Kortom: laten wij daar als overheid dus niet tussen gaan zitten want maatwerk is onmogelijk te leveren. We streven deregulering na: dit is een kans. Bovendien moet de overheid het vermijden op de economische rem te gaan staan.
Waar zouden we ons als overheid wél druk over moeten maken? Dat is de steeds vaker verdwijnende speciaal zaak. Dat komt m.n. door veel te hoge huren. Maastricht moet dringend iets gaan doen haar onderscheidend vermogen als koopstad, want je kunt het winkel oppervlakte nog zo groot maken, je wordt uiteindelijk afgerekend als je een eenheidsworst bent. Het lijkt mij hoog tijd dat de wethouder samen met de projectontwikkelaars zich eens over deze kwestie buigen. Aanleiding van het Maas- Marktproject was o.a. daling van de huren door het vergroten van de vloeroppervlakte en het nastreven van meer diversiteit, dus meer speciaalzaken. In beide doelen zijn ze niet geslaagd. Kijk je alleen naar de opbrengst dan zorg je dat je zo snel mogelijk de vierkante meters vol hebt. Op de lange termijn redt je het daar niet mee, want de stad moet je aantrekkelijk houden voor het winkelend publiek.
Kijk maar naar Hasselt, en in Hasselt ben je zo.
Een grijs gedraaide plaat is natuurlijk het dure parkeren in de binnenstad. Q-park zou een bijdrage kunnen leveren door inkeliers te onderhandelen. Bv een besteding boven 15 wordt beloond met een korting op het parkeerkaartje.
Daarnaast moet nu eindelijk het 1,- OVretour kaartje worden ingevoerd naar de stad. Dat is de taak voor de andere wethouder.
Afsluitend: als de ondernemers zelf de vrije keus krijgen m.b.t. de openingstijden en de politiek eens werk maakt van een beter parkeerbeleid en diversiteit, dan kan het nog wat worden met Maastricht, Koopstad.
In november wordt dit onderwerp besproken in de Raadscommissie van S.E.Z., het is dus afwachten: Gaat ze links om of rechts om?
Met liberale groet,
Kitty Nuyts